Cholesterol (verhoogd) / hypercholesterolemie

Geplaatst op woensdag 04 september 2002 @ 00:54, 143 keer bekeken

Cholesterol is een vetachtige stof die heel belangrijk is voor ons lichaam. Het is nodig om lichaamscellen aan te maken en het is de grondstof voor bepaalde hormonen en galzuren. Omdat cholesterol zo belangrijk is, maakt ons lichaam zélf het merendeel aan. Van het totale cholesterol in ons lichaam, produceert de lever ongeveer 70%. Dat komt neer op 1 gram cholesterol per etmaal. Het resterende deel wordt door de darm uit voedsel opgenomen, vooral uit dierlijke vetten. Hierdoor is het cholesterolgehalte in het bloed ook afhankelijk van hoeveel vet we eten, vooral van de hoeveelheid verzadigd vet in de voeding.

Een te hoog cholesterolgehalte in het bloed wordt ook wel 'hypercholesterolemie' genoemd. Soms spreekt men ook over 'hyperlipidemie'. Hyper betekent te veel, en lipiden betekent vetten. Bij hypercholesterolemie en hyperlipidemie gaat het lichaam niet goed met vetten om. Men spreekt dan van een vetstofwisselingsstoornis. Hoe hoog te hoog is, is bij cholesterol niet zo te zeggen. Ten eerste wordt niet alleen gekeken naar de hoogte van het totaalcholesterol, maar ook naar de verhouding tussen het 'goede' cholesterol (HDL) en het 'slechte' cholesterol (LDL). Slecht cholesterol is een risico voor atherosclerose, vaatvernauwing. Cholesterol en vet hopen zich dan op in de vaatwanden op plaatsen waar beschadigingen zijn opgetreden door bijvoorbeeld hoge bloeddruk of roken. Beroertes en hartaanvallen worden veroorzaakt door vaatvernauwing in de slagaders, maar ook kleinere bloedvaten ondervinden last van atherosclerose. Als adertjes in ogen of nieren beschadigd raken, ontstaan gezichtsproblemen of nieraandoeningen. Goed cholesterol gaat atherosclerose juist tegen door een teveel aan vet uit de aderen weg te loodsen naar de lever. Die scheidt het uit uit het lichaam.

Bij een extreem hoog cholesterol kan iemand uiterlijke symptomen hebben in de vorm van gelige vetbultjes onder de ogen, of op pezen en ellebogen (bij een erfelijke stoornis). Maar de meeste mensen hebben heel lang een te hoog cholesterol zonder dat ze dat ergens aan kunnen merken. Het probleem van een cholesterolverhoging is dat het zorgt voor atherosclerose. Dit verhoogt, meestal op de lange duur, de kans op hart- en vaatziekten. Cholesterol is dus een risicofactor, net als roken, hoge bloeddruk, suikerziekte en overgewicht. Daarom is het belangrijk om ook als u geen klachten heeft, te proberen uw cholesterol op een goed niveau te houden.


OORZAKEN

Men schat dat 15% van de Nederlanders een te hoog cholesterol heeft (boven de 6,5 mmol/l). De belangrijkste oorzaken liggen in onze manier van leven. Een ongezonde levensstijl heeft een negatief effect op het cholesterol, vooral een ongezonde voeding met veel verzadigd vet. Het lichaam neemt het verzadigd vet op uit de voeding en zet dat om in cholesterol dat in het bloed komt. Roken en misschien ook te weinig lichaamsbeweging zijn ook van invloed op bloedvetten en bloeddruk. Een te hoog cholesterol komt ook veel voor bij mensen met diabetes (suikerziekte).

Ook erfelijke factoren kunnen een rol spelen. De lever maakt bij ieder mens zelf het overgrote deel van cholesterol aan. Bij een erfelijke stoornis komt het teveel aan cholesterol in het bloed niet uit de voeding, maar is het de lever die te veel cholesterol produceert, of het niet in voldoende mate weer opneemt uit het bloed. Bijna 150.000 Nederlanders hebben een te hoog cholesterol door zo'n erfelijke stoornis. Iemand die een vader of moeder heeft met een dergelijke aandoening, heeft 50% kans om deze te erven.

Zowel erfelijk als niet erfelijk verhoogd cholesterol is goed te behandelen. Soms zijn alleen voedingsadviezen voldoende, en soms worden daarnaast ook cholesterolverlagende medicijnen voorgeschreven.


GEZOND LEVEN

Of iemands cholesterol verhoogd is of niet, iedereen wordt aangeraden gezond te leven. Dat is de beste manier om hart- en vaatziekten te voorkomen: door gezond te eten, niet te roken en voldoende te bewegen. Ook al voelt u het verschil niet, een kleine verandering en dus verbetering in uw leefwijze heeft al zeer positieve gevolgen.

Vooral een gezonde voeding is heel belangrijk. Probeer gevarieerd te eten en let op vet: vermijd verzadigd vet zoals roomboter, vette vleessoorten en melkproducten, volvette kaas, en vervang deze zoveel mogelijk door onverzadigd vet zoals olie, vis en noten. Eet voldoende groente, fruit, en vezels, bijvoorbeeld bonen en brood.
Wees zuinig met zout en drink voldoende.

Als u elke dag een half uurtje beweegt (mag ook 3 keer tien minuten traplopen), wordt uw hart gedwongen even flink te pompen en stroomt het bloed goed door alle lichaamsdelen heen. Het HDL-cholesterol, dat atherosclerose tegengaat, kunt u verhogen door te sporten, door af te vallen als u te zwaar bent, en door te stoppen met roken. Ook het vermijden van stress komt uw gezondheid ten goede.
Als u cholesterolverlagende medicijnen slikt, is het heel belangrijk deze geregeld in te nemen en niet zomaar met een kuur te stoppen. Dan schiet uw cholesterol weer omhoog met alle risico's van dien.

Er bestaan veel richtlijnen voor gezonde voeding en gezond leven. Maar voor sommige mensen is gezond leven makkelijker dan voor anderen. Het is de kunst om te proberen zowel gezond als prettig te leven. Gezond eten met minder verzadigd vet kan heel lekker zijn, maar smaken verschillen. Als u geen magere kaas lust, moet u dat ook niet eten. Neem dan bijvoorbeeld magere vleeswaren of neem minder kaas met rauwkost erbij. Kunt of wilt u echt niet sporten, begin daar dan ook niet aan. Maar ga bijvoorbeeld wat vaker met de fiets, en neem de trap in plaats van de lift. Leef en eet bewust maar wees reëel en probeer niet in een keer uw hele levensstijl te veranderen.


MEDISCHE BEHANDELING

Risicofactoren voor hart- en vaatziekten versterken elkaars negatieve invloed. Als bij u een verhoogde kans op hart- en vaatziekten wordt vermoed, onderzoekt uw arts ook uw cholesterol. Maar een verhoogd cholesterol kan ook worden ontdekt bij een algemeen medisch onderzoek.

Een huisarts kan met bloed uit een vingerprik het totaalcholesterol vaststellen. Voor een nauwkeuriger bloedonderzoek, wordt uw bloed afgenomen in een laboratorium. Daar stelt men de hoogte vast van uw totale cholesterol, van het HDL-cholesterol, en van andere bloedvetten: de zogenaamde triglyceriden.

Bij een cholesterol boven de 5, begint de kans op hart- en vaatziekten toe te nemen. Bij een waarde tussen de 5 en 6,5 spreekt men van een lichte verhoging. Maar de verhouding tussen HDL en LDL is minstens zo belangrijk als de hoogte van het totaalcholesterol. Tegenwoordig kijkt een arts naar het totale risicoprofiel voor hart- en vaatziekten om te bepalen of een cholesterolverhoging behandeld moet worden of niet.

Cholesterol alleen zegt niet alles. Iemands verdere gezondheid bepaalt of de hoogte van het cholesterol acceptabel is of niet. Ook geslacht en leeftijd zijn hierin bepalend. Een cholesterol van 5,5 is prima voor een ouder iemand die verder gezond is. Maar het is te hoog voor een veertiger met diabetes, of voor een gezonde twintiger. Risicofactoren voor hart- en vaatziekten versterken elkaars negatieve invloed. Deze andere factoren zijn verhoogde bloeddruk, overgewicht, roken, suikerziekte, en bestaande hart- en vaatziekten.

Vaak kan een huisarts zelf beslissen of iemands cholesterol behandeld moet worden met cholesterolverlagende tabletten of niet. Is het cholesterol ernstig verhoogd, of wordt een erfelijke stoornis vermoed, dan kunt u terecht bij een lipidenpolikliniek of atherosclerosepoli. Ongeveer 70 ziekenhuizen hebben zo'n polikliniek met specialistische kennis over cholesterol.

De behandeling van een verhoogd cholesterol bestaat altijd uit voedingsadviezen. Maar ook iedereen zonder verhoogd cholesterol wordt aangeraden om gezond te eten en te leven. Naast een dieet kan een arts cholesterolverlagende tabletten voorschrijven, zeker aan mensen met een erfelijke cholesterolstoornis, mensen die een infarct hebben doorstaan, of mensen met meerdere risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Dit omdat steeds meer wordt ontdekt dat deze cholesterolverlagers bijzonder goed helpen om atherosclerose (vaatvernauwing) te vertragen.


GENEESMIDDELEN

Al meer dan tien jaar bestaan geneesmiddelen die een te hoog cholesterolgehalte verlagen. Als u eenmaal cholesterolverlagende medicijnen gaat gebruiken, dan moet u hier waarschijnlijk uw verdere leven mee doorgaan. Ze verlagen uw cholesterol en verbeteren de conditie van uw bloedvaten aanzienlijk. Onderzoek toont aan dat het cholesterolgehalte stijgt als de behandeling stopt. Haal dus tijdig nieuwe tabletten als u ziet dat uw medicijnen bijna op zijn.

De effectiviteit van medicijnen verschilt per persoon, net als eventuele bijwerkingen. De meeste mensen hebben geen last van cholesterolverlagende middelen. Mocht u toch bijwerkingen merken, overleg deze dan met uw arts. De cholesterolverlaging door medicijnen is groter indien u gelijktijdig ook het dieet blijft volhouden.

Als de behandeling eenmaal loopt, doet u er goed aan regelmatig uw cholesterol en bloeddruk te laten controleren (zeker boven de 35 jaar). Als u cholesterolverlagende medicijnen gaat slikken, wordt u waarschijnlijk gecontroleerd na 3, 6, en 12 maanden. Vervolgens elke 6 maanden.

Medicijnen die het cholesterolgehalte in het bloed helpen verlagen kunnen in vier klassen worden ingedeeld:

1. Statines
2. Harsen
3. Fibraten
4. Nicotinezuur

Drie van deze groepen (statines, harsen en fibraten) geven geen of milde bijwerkingen.

Van de vier soorten cholesterolverlagers worden statines het vaakst voorgeschreven. Het zijn tabletten die de aanmaak van cholesterol door de lever remmen, wat de lever stimuleert om meer cholesterol uit het bloed op te nemen. Het totale en LDL-cholesterol daalt, het triglyceridengehalte daalt (een bloedvet) en er treedt zelfs een lichte stijging op van het HDL-gehalte.

Hoewel onder één naam gegroepeerd, lopen statines in werking en dosering uiteen. Onderzoek toont aan dat de statines Zocor (simvastatine) en Selektine (pravastatine) een hartaanval kunnen uitstellen. Andere statines die worden voorgeschreven zijn Lescol en Canef (beide fluvastatine), Lipitor (atorvastatine) en Lipobay (cerivastatine).

Statines behoren tot de sterkste middelen om het cholesterol in het bloed te verlagen. Zocor en Selektine bestaan ongeveer tien jaar en de veiligheid ervan is bewezen. De andere statines zijn van de laatste jaren. Verschillende onderzoeken uit de jaren negentig hebben uitgewezen dat Zocor en Selektine het risico van hart- en vaatziekten
en sterfte sterk doen dalen. Statines hebben een gunstig effect op atherosclerose. Daarom worden ze ook steeds meer voorgeschreven aan hart- en vaatpatiënten met een licht verhoogd cholesterol, en zijn de doses hoger geworden. Soms worden ze gecombineerd met galzuurbindende harsen. Harsen moet u dan vier uur vóór de statines innemen. Statines kunnen de werking van anti-stollingspreparaten versterken dus daarvan moet de dosis eventueel verlaagd worden.

Statines kunt u het beste voor het slapen gaan innemen, omdat de lever in de vroege ochtend de meeste cholesterol produceert. Maar als u het prettiger vindt om de pillen op een ander tijdstip in te nemen, kunt u dit ook gerust doen. De dagelijkse dosis statines moet u altijd in één keer innemen.

Mogelijke bijwerkingen: maag- en darmklachten en moeilijke stoelgang. Heel soms ook spierpijn, slapte en bruine urine. De meeste mensen hebben niet bijzonder veel last van bijwerkingen. In zeldzame gevallen verstoort het de leverfunctie of tast het spieren aan. Dat blijkt uit bloedonderzoek aan de hand van een toegenomen
hoeveelheid lever- en spierenzymen. De lever en spieren herstellen zich zodra u overstapt op andere medicijnen of met statines stopt.

Statines worden afgeraden aan mensen met een leverziekte, aan zwangere vrouwen, aan vrouwen die borstvoeding geven, aan vrouwen in de vruchtbare periode die geen anticonceptie gebruiken, en aan kinderen. Meer informatie staat in de bijsluiter.


Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: